Gepubliceerd op:

Huurwoningen met een huurprijs tot de zogeheten liberalisatiegrens worden gereguleerd door de overheid. Voor deze gereguleerde huurwoningen stelt het Rijk jaarlijks vast hoeveel de huurverhoging maximaal mag bedragen. Met de Inkomensafhankelijke Huurverhoging (IAH) kan de huur voor midden- en hogere inkomens extra worden verhoogd. Doel van de IAH is om huurders met midden- en hogere inkomens een meer passende huurprijs te laten betalen, en verhuizingen te stimuleren vanuit de sociale huursector. Bovendien creëren de extra huurinkomsten nuttige aanvullende investeringsruimte voor (sociale) verhuurders.

Verhuurders bepalen zelf of ze de IAH toepassen. Het is dus niet verplicht. Wij evalueerden de werking en de doelstellingen van de inkomensafhankelijke huurverhoging (IAH) door de effecten in beeld te brengen.

Ons evaluatieonderzoek maakte gebruik van het WoON, de CBS Huurenquête en eigen vragenlijsten en gesprekken met verhuurders. We keken onder andere naar:

  • Hoeveel verhuurders gebruik maakten van de IAH, en wat de huurverhoging was die zij toepasten;
  • Welke motivaties huurders hadden op IAH in te zetten;
  • Of en hoe de IAH bijgedragen heeft aan het vergroten van investeringsruimte voor corporaties;
  • Of de IAH geleid heeft tot meer doorstroming van midden- en hogere inkomens vanuit de sociale huursector;
  • Hoe de IAH zich verhoudt tot het passend toewijzen van de goedkoopste woningen aan lagere inkomensgroepen;
  • Of de huurprijzen voor hogere- en middeninkomens meer in overeenstemming zijn gekomen met de maximale WWS-huur door de IAH.

Welke effecten heeft de regulering?

Uit onze evaluatie blijkt dat de inkomensafhankelijke huurverhoging een aantal doelen goed behaald. Zo wonen er steeds minder hoge- en middeninkomens in de gereguleerde huursector, is sinds de invoering van de IAH meer overeenstemming tussen de huurprijs en de bijpassende kwaliteit van de woning (volgens de WWS) en is extra investeringsruimte ontstaan voor corporaties.

Echter zijn ook een aantal kanttekeningen te plaatsen: een deel van de ontwikkelingen kan niet direct aan de invoering van de inkomensafhankelijke huurverhoging worden toegeschreven. Zo speelt het sinds 2010 strikter toewijzen van gereguleerde woningen aan huishoudens met een lager inkomen (EU-doelgroep) ook een belangrijke rol in het kleinere aandeel midden- en hogere inkomens uit de gereguleerde huursector. Daarnaast fluctueert de vrijgespeelde investeringsruimte mede door wijziging in methodiek. Een andere kanttekening is dat huurders er soms moeite mee hebben, met name als ze een inkomen hebben dat net boven de inkomensgrens valt.

Benieuwd naar het hele rapport? Check de site van de Rijksoverheid hier.