Huurwoningen van woningcorporaties tot €711 zijn volgens de Woningwet primair bedoeld voor huishoudens uit de sociale doelgroep, met een belastbaar jaarinkomen tot €36.165 (prijspeil 2017). Wie net iets meer verdient en geen woning kan kopen, is in principe aangewezen op het middensegment, hier afgebakend tussen €711 en €980.

Uit berekeningen van RIGO, met behulp van referentiecijfers van het Nibud, blijkt dat niet alle huishoudens met een inkomen vanaf €36.165 een huur vanaf €711 kunnen betalen. Dit verschilt per type huishouden: kleine huishoudens kunnen eerder een huur in het middensegment betalen dan grote huishoudens (zie figuur). In totaal zijn er in Nederland circa 122.800 huishoudens die niet tot de sociale doelgroep behoren maar eigenlijk niet meer dan €711 kunnen betalen.

Woningcorporaties hebben nu nog de mogelijkheid om jaarlijks 20% van hun woningen tot €711 toe te wijzen aan huishoudens met een inkomen boven €36.165. De helft van deze ruimte (10%) is tijdelijk (tot 2021) en specifiek bedoeld voor lage middeninkomens (tot €40.349). Uit een enquête onder corporaties blijkt dat deze toewijzingsruimte in de praktijk niet volledig wordt benut.

Platform31 pleit op basis van het onderzoek voor een differentiatie van de inkomensgrenzen van de sociale doelgroep. Door bij grote huishoudens een hogere inkomensgrens te hanteren dan bij kleine  huishoudens, kunnen meer huishoudens een betaalbare woning vinden. Dit kan zelfs zonder dat de totale sociale doelgroep in omvang toeneemt.