Om te kunnen kopen, moet om te beginnen het woningaanbod betaalbaar zijn. Gesteld is dat iemand kan kopen, indien hij minimaal de goedkoopste 15% van het woningaanbod binnen een straal van twintig kilometer kan financieren, zonder inbreng van eigen geld. In sommige delen van Nederland blijkt dit al te kunnen met een inkomen van € 30.000, terwijl in andere delen pas met een inkomen van € 40.000 of meer iets betaalbaars is te vinden. Wie recht wil doen aan deze regionale verschillen, kan niet volstaan met een uniforme grens voor ‘de middeninkomens’.

Behalve betaalbaarheid van het aanbod speelt ook beschikbaarheid een rol. In een stad als Groningen zijn de (voornamelijk kleine) woningen die worden aangeboden voor veel mensen nog wel betaalbaar, maar is er weinig aanbod ten opzichte van de vraag. Dat kan ertoe leiden dat woningzoekenden toch hun toevlucht moeten nemen tot huren, ook al is hun inkomen in theorie toereikend om de goedkoopste 15% van het aanbod te kunnen financieren.

Daar staat tegenover dat in landelijke delen van Overijssel, Gelderland en Brabant het aanbod relatief duur is (want gedomineerd door vrijstaande en half-vrijstaande woningen), maar wel ruim beschikbaar. Gebieden waar de koopmarkt krap is en waar tevens slechts een klein deel van het aanbod betaalbaar is, zijn te vinden in de Randstad, met uitlopers daarbuiten (met name de A2-zone). Dit zijn de gebieden waar het middensegment huur een gat in de markt zou kunnen dichten.