Gepubliceerd op:

De aanleiding was duidelijk. In 2021 stonden de kranten vol met berichten over beleggers die koopwoningen opkochten, terwijl de kansen voor koopstarters steeds verder afnamen. Inmiddels zijn we een paar jaar verder en is het tijd om de balans op te maken: werkt de opkoopbescherming zoals bedoeld?

Uit cijfers van het Kadaster blijkt dat investeerders de afgelopen jaren minder woningen hebben gekocht, terwijl koopstarters juist vaker eigenaar zijn geworden. Op nationaal niveau lijkt het doel van de opkoopbescherming daarmee te worden bereikt. De vraag is echter: in hoeverre is deze ontwikkeling daadwerkelijk het gevolg van de opkoopbescherming?

Voor de gemeente Amersfoort hebben wij de werking van de opkoopbescherming nader geëvalueerd. De uitkomst laat zien dat het beoogde effect zichtbaar is: er worden minder woningen aangekocht door investeerders om te verhuren. Tegelijkertijd is het de vraag of dit effect volledig aan de opkoopbescherming kan worden toegeschreven.

Ook in gemeenten zonder opkoopbescherming is namelijk een vergelijkbare terugloop te zien. Makelaars geven aan dat er meerdere factoren meespelen die investeerders minder aantrekkelijk maken voor buy-to-let. Denk hierbij aan:

  • de verhoogde overdrachtsbelasting,
  • de Wet betaalbare huur,
  • de Wet vaste huurcontracten,
  • en de dreigende verhoging van box 3.

Daarnaast kan er een kanttekening worden geplaatst bij de wenselijkheid van het doel van de opkoopbescherming. Een kleinere particuliere huurmarkt betekent immers ook minder mogelijkheden voor huurders. Het IBO huursector adviseert in dit kader om de opkoopbescherming te beperken.

De opkoopbescherming is bovendien in eerste instantie als tijdelijke maatregel ingevoerd. In 2026 zal het Ministerie van VRO het instrument evalueren. Op basis daarvan wordt in de gemeente Amersfoort besloten of de opkoopbescherming wordt voortgezet en zo ja, in welke vorm.