In de gemeente Sluis komt ‘deeltijdwonen’ al decennia lang veelvuldig voor, maar de exacte omvang is onbekend. Bij deeltijdwonen gaat het om een combinatie van gebruik/functies binnen een gebouw. In bestaande registraties is vaak maar één bestemming mogelijk: wonen óf recreatie. Het ontbreken van een goede registratie zorgt er voor dat de exacte omvang van deeltijdwonen onbekend is. Ook ontbreekt een beeld van de ontwikkeling van de behoefte aan deeltijdwonen in de toekomst. Dit leidt beleidsmatig tot onduidelijkheid en vertraging bij bouwprojecten. In de Kustvisie Zeeland is daarom een pilot-onderzoek opgenomen om duidelijkheid te scheppen over (de beleidsmatige mogelijkheden van) deeltijdwonen.

Meerdere onderzoeken

Als eerste stap heeft RIGO uitgezocht hoe groot de actuele omvang is en hoe de behoefte aan deeltijdwonen vanuit Nederland, België en Duitsland zich zal ontwikkelen. In later onderzoek zal gekeken worden naar de introductie van een nadere definitie van ‘deeltijdwonen’ in de registratiesystemen (o.a. de Basis Administratie Gebouwen (BAG)).

Aanpak

Zoals gezegd worden geen registraties bijgehouden over aantallen woningen. We baseren ons dan ook op de bestaande statistieken en studies (voor zover deze voorhanden zijn). Dit vullen we aan met een slimme koppeling van registraties over de inwoners en de woningvoorraad in de gemeente Sluis. We achterhalen de omvang, samenstelling en spreiding van het aantal deeltijdwoningen in de gemeente door de geregistreerde functie van de gebouwen in de gemeente te combineren met de Gemeentelijke Basis Administratie. Daarmee wordt duidelijk welke objecten al dan niet permanent bewoond worden. Hierin maken we een vervolgens nog een onderscheid naar koop- en huurwoningen.

Conclusie

Als gevolg van de economische groei is de markt voor deeltijdwoningen in de gemeente Sluis flink aangetrokken. In de toekomst neemt de behoefte toe, maar naar de vervulling van deze behoefte zal genuanceerd moeten worden gekeken. Binnen de vraag is deeltijdwonen redelijk van regulier wonen en recreatiewoningen te onderscheiden, bij het aanbod is het onderscheid veel moeilijker te maken. Zonder specifiek beleid kan de sociale cohesie en de leefbaarheid van ‘gewone’ woonwijken onder druk komt te staan als een aanzienlijk deel van de woningvoorraad delen van het jaar leeg staat. Bij de verdere uitwerking van het beleid rondom deeltijdwonen is dit een belangrijk aandachtspunt.