In de Woningwet is vastgelegd dat woningcorporaties nieuwe huurders met een laag inkomen moeten huisvesten in woningen met een huurprijs onder de aftoppingsgrenzen. Platform31 en RIGO hebben onderzocht hoe woningcorporaties zijn omgegaan met deze passendheidsnorm en wat de effecten daarvan zijn.

Na de invoering van deze passendheidsnorm hebben woningcorporaties hun huur- en toewijzingsbeleid massaal aangepast. De meeste corporaties kiezen ervoor om bij toewijzing strikte huurinkomensnormen te hanteren. Daarnaast hebben veel corporaties hun huurprijzen naar beneden bijgesteld, om de kans op een woning voor lage inkomens te waarborgen. Sommige maken gebruik van een tweehurenbeleid, waarbij de huur bij toewijzing kan worden aangepast aan het inkomen.

Kwantitatief effect?

Om de kwantitatieve effecten te kunnen onderzoeken heeft RIGO de verhuurgegevens in vier regio’s geanalyseerd. Hieruit blijkt dat de corporaties in deze regio’s erin geslaagd zijn om door het aanpassen van de huurprijzen de kansen van verschillende inkomensgroepen in stand te houden. Wel heeft een verschuiving plaatsgevonden in de huurlasten: nieuwe huurders uit de primaire doelgroep betalen minder dan voorheen en de secundaire doelgroep juist meer.

Vooraf werd gevreesd dat de passendheidsnorm zou leiden tot een grotere concentratie van lage inkomens in bepaalde wijken. Dit blijkt echter niet uit de verhuurresultaten in het eerste jaar.