Rond 2040 is (naar verwachting) één op de vier Nederlanders 65 jaar of ouder. Sinds 1950 neemt het aandeel 65-plussers onder de Nederlandse bevolking
gestaag toe. De ouderen van toen zijn echter niet te vergelijken met de ouderen van nu. De gemiddelde oudere van nu is vitaler, mobieler, zelfredzamer, hoger opgeleid, vaker in het bezit van een koopwoning en heeft een betere inkomens- en vermogenspositie. Kwetsbaarheid manifesteert zich vooral onder de groep
alleenstaande ouderen vanaf 75 jaar.

Ouderenmonitor 2018

RIGO heeft in opdracht van het Wetenschappelijk Bureau 50PLUS de Ouderenmonitor 2018 opgesteld. De Ouderenmonitor is een gebundelde weergave van statistieken uit bestaande onderzoeken en databestanden. De in de Ouderenmonitor gepresenteerde statistieken bieden een actueel inzicht in de positie van de ouderen van nu (65-plussers) en de ouderen van de toekomst (50-plussers) in Nederland en in ontwikkelingen die deze positie raken.

De “gemiddelde oudere” bestaat niet

Achter gemiddelden gaat een grote diversiteit schuil; de “gemiddelde oudere” bestaat niet. Over het algemeen zijn tussen 1990 en 2017 de verschillen in
leefsituatie tussen groepen afgenomen. Volgens de Sociale Staat van Nederland (SCP, 2017) zijn vooral de kwetsbare groepen zoals ouderen, éénpersoonshuishoudens en mensen met een laag inkomen erop vooruitgegaan. De verschillen tussen gezonde en ongezonde mensen, hoog- en laagopgeleiden, werkenden en niet-werkenden, en hoge en lage inkomens zijn de afgelopen twee jaar echter toegenomen. In de Ouderenmonitor zien we dit bijvoorbeeld terug in de gezonde levensverwachting van laagopgeleide versus hoogopgeleide ouderen.

In de Ouderenmonitor 2018 wordt ingegaan op de volgende thema’s; demografie, wonen, mobiliteit, gezondheid & zorg, participatie, financiën en veiligheid. Er is een samenvattende website beschikbaar.