De rekenkamer wilde beoordelen in hoeverre de samenwerking met de woningcorporaties in Zeist bij heeft gedragen aan een doeltreffend en doelmatig gemeentelijk woonbeleid. Is er in het maken van prestatieafspraken sprake is van een rituele dans? Worden er afspraken gemaakt omdat het nu eenmaal moet, of zijn de prestatieafspraken een krachtig sturingsinstrument voor de gemeente?

Conclusies

De belangrijkste conclusie is dat het complexe proces om te komen tot prestatieafspraken tussen gemeente, woningcorporaties en huurdersbelangengroepen, goed is geregeld. Wat opvalt is dat de gemeenteraad een afwachtende rol heeft bij het woonbeleid.

Gemeente, woningcorporaties en huurders, weten wat ze van elkaar kunnen verwachten en wanneer. De rekenkamer raadt betrokken partijen daarbij wel aan te zorgen dat het maken van prestatieafspraken niet te complex wordt waardoor de uitvoering in gevaar kan komen.

De rekenkamer ziet een kans voor de gemeenteraad om het onderwerp ‘wonen’ zelf actiever op de raadsagenda te zetten. Raadsleden geven zelf ook aan meer betrokken te willen worden. Door vooraf gezamenlijk de overkoepelende woonvisie te vertalen naar concrete woonwensen en -ambities en deze met het college te bespreken, krijgt de gemeenteraad duidelijke handvatten bij het controleren van de realisatie van de woonvisie in een woonwerkelijkheid. Daarmee wordt de rol van de gemeenteraad in het proces van het maken van prestatieafspraken duidelijker.