Gepubliceerd op:

In oktober 2015 is het woningwaarderingsstelsel (WWS) voor zelfstandige huurwoningen vereenvoudigd, waarbij onder meer de WOZ-waarde aan de puntentelling is toegevoegd. Doel was om de populariteit van de woning en de locatie beter tot uitdrukking te laten komen in de (maximale) huurprijzen. Daarbij gold als uitgangspunt dat de woningwaarde voor gemiddeld 25% de hoogte van de maximale huurprijs zou bepalen.

De vier grote gemeenten plus Eindhoven hebben RIGO gevraagd te analyseren welke impact de WOZ-waarde heeft op de maximale huurprijzen en het percentage huurwoningen dat geliberaliseerd zou kunnen worden. In Amsterdam en Utrecht bepaalt de WOZ-waarde meer dan een kwart van de maximale huur.  In Amsterdam ligt het gemiddelde WOZ-aandeel van particuliere huurwoningen bij het huidige huurprijsbeleid zelfs op 45%. Hierdoor kunnen veel gereguleerde huurwoningen na mutatie in de vrije sector worden aangeboden.

Om te voorkomen dat de sociale huurvoorraad verder krimpt, kan het aandeel WOZ-waarde in de maximale huurprijzen worden begrenst. De minister heeft in februari aangegeven een WOZ-maximum van circa een derde te overwegen. In de rapportage zijn de effecten hiervan verkend. Het maximeren van de WOZ-punten blijkt een effectieve maatregel om uitwassen in gebieden met zeer hoge WOZ-waarden te voorkomen, die voor de rest van het land weinig consequenties heeft.

Benieuwd geworden naar het rapport? Deze kunt u hier lezen.