Gepubliceerd op:

Dat heeft duidelijke gevolgen. Voor jongeren zelf – denk aan schaamte en het uitstellen van stappen richting zelfstandigheid. Maar er wordt ook vaak een breder volkshuisvestelijk effect genoemd: zo zou de ‘failure to launch’ van kinderen het doorstromen van hun ouders belemmeren.

Maar klopt dat beeld eigenlijk?

We zien dat in 13% van alle 55-plus huishoudens een thuiswonend kind woont. Als we dit uitsplitsen naar leeftijd, valt op dat deze kinderen vooral voorkomen in huishoudens van 55 tot 65 jaar.

Bij de groep vanaf 65 jaar – waar doorstroming vaak een concreet onderwerp wordt – daalt dit aandeel naar ongeveer 10%. Het gaat daarbij meestal om kinderen van 25 jaar en ouder.

Daarmee lijkt het aandeel ouderen dat niet over doorstroming kan nadenken vanwege thuiswonende kinderen relatief beperkt. In totaal gaat het om circa 10.000 huishoudens in Nederland.

Hier past wel een belangrijke nuance. We weten namelijk niet hoeveel senioren met uitwonende kinderen wachten met doorstromen uit angst voor zogeheten ‘boomerangkinderen’, kinderen die door woningmarktproblemen weer terug thuis komen wonen.

Toch lijkt de conclusie helder: de huidige woningmarkt zorgt voor ‘Italiaanse toestanden’ die voor jongeren zorgwekkend en frustrerend zijn. Maar als directe drempel voor doorstroming van senioren speelt dit vooralsnog geen grootschalige rol.

Benieuwd welke factoren wel bepalend zijn voor doorstroming van senioren in jouw gemeente of regio? We denken graag met je mee.