Eerder deden wij al onderzoek naar de woonlasten van huurders bij verschillende energielabels, maar toen nog op basis van WoON2021. Het onderzoek is nu herhaald en verbreed, op basis van WoON2024. Het leidde tot een aantal interessante conclusies.
Het energielabel heeft impact op de woonlasten en betaalbaarheid, maar minder dan in 2021. Dat komt omdat het verschil in gasgebruik tussen woningen met een ‘slecht’ label en woningen met een ‘goed’ label is afgenomen. Mogelijk komt dat, omdat huurders in woningen met een slecht label, door de hoge gasprijzen, minder gas zijn gaan gebruiken. Waar de vraag vaak is of corporaties op woonlasten zouden moeten of kunnen sturen, kun je stellen dat huurders in feite zélf op woonlasten sturen.
De meeste huurders in de corporatiesector wonen betaalbaar. Huishoudens met een inkomen rond de DAEB-inkomensgrens en met een middeninkomen, wonen zeer betaalbaar, ongeacht de huur. Huishoudens met een inkomen tussen de Passend Toewijzengrenzen en de DAEB-inkomensgrenzen wonen betaalbaar, mits de huur (iets) lager is dan de DAEB-grens. Anders moeten ze enigszins bezuinigen op betaalbaar te wonen. Bij mensen met een inkomen onder de Passend Toewijzengrenzen is het beeld iets wisselender. Hebben zij een uitgavenpatroon dat gelijk is aan dat van vergelijkbare huishoudens, dan komen ze per maand enkele tientjes tekort als ze een huur hebben rond de aftoppingsgrens. Bezuinigen ze iets, dan wonen ze al snel heel betaalbaar.