Wat moet je onderbouwen?
Om voorrang voor vitale beroepen in te voeren, moeten gemeenten allereerst afbakenen welke beroepen vitaal zijn (1) en daarnaast onderbouwen dat tekorten zijn op de arbeidsmarkt (2) en op de woningmarkt (3).
1. Wanneer is er sprake van een vitaal beroep?
Een beroep is vitaal als je het als gemeente vitaal of maatschappelijk onmisbaar acht. De onderbouwing is meestal niet ingewikkeld; de keuze des te meer. Je geeft immers één groep voorrang boven andere woningzoekenden. Dan wil je zeker weten dat het gaat om beroepsgroepen die daadwerkelijk bijdragen aan het functioneren van de lokale samenleving, zonder wie ontwrichting zou ontstaan.
Een pragmatische benadering helpt daarbij: Wie komt in aanmerking voor het te reguleren segment (meestal sociale huur)? Een arts met een te hoog inkomen heeft weinig aan voorrang in de sociale sector. Dan draagt de maatregel ook niet bij aan het oplossen van een tekort.
2. Is er een tekort aan werknemers in deze beroepsgroepen?
Gemeenten moeten onderbouwen dat er een tekort is aan werknemers binnen de geselecteerde vitale beroepen. In tijden van krapte op de arbeidsmarkt is dit vaak goed aantoonbaar.
3. Is er een tekort aan woningen voor deze groepen?
Ook dit is in de huidige woningmarkt doorgaans eenvoudig te onderbouwen. Wel complexer is de relatie tussen voorrang voor vitale beroepen en lokale binding. Een voorrang voor vitale beroepen kan namelijk alleen worden toegepast bij woningcategorieën waar óók voorrang voor lokale binding geldt. Dat betekent dat de lokale binding in de gemeente eveneens onderbouwd moet zijn.
Nut en noodzaak: afhankelijk van lokale omstandigheden
De nut en noodzaak van de maatregel is sterk afhankelijk van de lokale arbeidsmarkt en de positie van corporaties. Als er overal schaarste is – zowel aan woningen als aan werknemers – is het dan eerlijk en effectief om bepaalde groepen voor te trekken? Welke andere woningzoekenden moeten daardoor langer wachten? En werkt het in de praktijk daadwerkelijk mee aan het tegengaan van tekorten?
Voor antwoorden op deze vragen gingen we in Westland in gesprek met lokale belanghebbenden, waaronder ook werkgevers en woningcorporaties. De antwoorden zijn niet eenduidig. In Westland verwachten werkgevers wel dat een voorrang kan helpen om werknemers en vrijwilligers te behouden. Ook waarderen ze het signaal van waardering dat hiervan uitgaat richting een beroepsgroep.